Maandag wasdag, dinsdag strijkdag, over de geschiedenis van het huishouden
Er is een zeventiende-eeuws spreekwoord: ‘Het is een huishouden van Jan Steen´, dat betekent dat iemand van zijn huis een rotzooi maakt. Huishouden en kinderen opvoeden is altijd de taak van de vrouw geweest. In arme gezinnen werkten vrouwen daarnaast ook mee om brood op de plank te krijgen. Het huishoudelijk werk bestond uit uiteenlopende zaken, als het voeden en kleden van de gezinsleden, het schoonhouden van het huis en het opvoeden van de kinderen. Vrouwen waren verantwoordelijk voor het beheer van het huishoudpotje en moesten er ook voor zorgen dat hun man niets te kort kwam. In de burgerlijke samenleving van de negentiende eeuw ontstond het kostwinnersmodel met een nadruk op de man-vrouw verschillen. De man was kostwinner en de gehuwde vrouw weidde zich helemaal aan het gezin en het huishouden. Als vrouwen trouwden dan moesten ze stoppen met werken. Door Dolle Mina eind jaren zestig is deze man-vrouw verdeling veel minder zwart-wit geworden.
Eind negentiende eeuw wordt huisvrouw zijn een vak. Het huishoudonderwijs in Nederland startte in 1888 met de Haagsche Kookschool, ook wel spinazieacademie genoemd. Dat was het begin van vele generaties vrouwen die op de Huishoudschool opgeleid werden tot huisvrouw. Er kwamen veel handboeken en tijdschriften op de markt om vrouwen te helpen: hoe vaak moet je de meubels in de was zetten, hoe zorg je elke dag voor een gezonde maaltijd, hoe stop je kousen en hoe hou je je huishoudboekje bij? Huisvrouwen werden geacht volgens een vast stramien te werken. Op maandag zag je overal de was buiten wapperen. Op dinsdag werd er gestreken. Op donderdag werden de bedden verschoond en op zaterdag werd het eten voor de zondag voorbereid. Zo had iedere dag zijn vaste taken. Huisvrouw was een echt vak geworden.
Het werk van de vrouw is door de eeuwen heen wel sterk veranderd. De Nederlandse huisvrouw stond altijd al bekend om haar schone huis. Buitenlanders zeiden spottend dat in Nederland zelfs de ramen werden gewassen en de stoep werd geschrobd. In de negentiende eeuw wordt een gezellig huis belangrijk. Men gaat gordijnen ophangen en planten in de kamer zetten. De komst van de kachel en het fornuis maakt het allemaal nog behagelijker in huis. Na 1900 begon de mechanisering van het huishouden. Moesten eerst de tapijten en matten elke week geklopt worden, nu maakte de stofzuiger dit zware werk veel gemakkelijker.
Op woensdagavond 16 december zal Ineke Stroucken voor onze leden deze interessante lezing verzorgen. Locatie: Heemgebouw ’t Oude Raadhuis, Nieuwstraat 22, Gilze