Al drie generaties De Jong doen in Gilze aan woensdag gehaktdag

Het was Jan de Jong die in 1937 aan de Nieuwstraat 63 in Gilze een nieuwe slagerij met woonhuis en veestalling opende. Hij bleek een blijver te zijn, want de zaak overleefde de schaalvergroting in de vorige eeuw en intussen is de derde generatie De Jong al actief  in de (nieuwe) slagerswinkel in Gilze.   

Jan de Jong kwam uit een slagersgezin. Zijn vader Janus de Jong was slager in Dongen. Ook zijn zoon Guus de Jong zette de familietraditie voort. Hij nam in 1969 de zaak over. Vervolgens koos ook kleinzoon Johan voor het vak. Hij kwam in 1998 in de slagerij. Twee jaar geleden droeg Guus het stokje definitief aan hem over. Lang daarvoor vonden er in het pand aan de Nieuwstraat verschillende verbouwingen plaats. Vier maar liefst, gevolgd door een verhuizing. Met de eerste verbouwing in 1960 werd onder andere een gekoelde toonbank en een diepvries in de winkel geïnstalleerd.


Slagerij de Jong in 1937 in de Nieuwstraat

Na de grondige (tweede) verbouwing in 1971 stopte slager De Jong vanwege de hoge arbeidskosten met de bestellingen aan huis. Dankzij een grotere toonbank in de winkel kon de klant beter zien wat de slager zoal te bieden had. De derde verbouwing in 1985 bracht een nóg grotere toonbank met zich mee en ook de winkel zelf werd een stuk groter. Dit om ook de kant en klare gerechten een plaatsje te geven. Met de (vierde) verbouwing in 1992 werd de woonkamer bij de winkel getrokken en kwamen er ovens om aan de vraag naar de kant-en-klaarmaaltijden te voldoen. Het slachten van runderen en varkens werd voortaan uitbesteed aan een particuliere slachterij. In september 2006 verhuisde de winkel naar het voormalige postkantoor aan de Raadhuisstraat.

Wekelijkse regelmaat


Een jonge Kees de Vet die al sinds juli 1972 bij slagerij De Jong werkt
De slagerij had in vroeger jaren haar eigen wekelijkse regelmaat. Op maandag was het slachtdag. Om 5.00 uur ‘s morgens begon het slachten van twee runderen, acht varkens en een kalf. Was dat klaar dan waren de huisslachtingen (gemiddeld zo’n tien per week) bij boeren en burgers aan de beurt. Meestal gebeurde dat ’s winters. De varkens wogen tussen de honderd en de 250 kilo. Na het schieten en steken werd het bloed opgevangen om er bloedworst van te maken. De klant had op een bepaalde tijd het water heet om het varken af te broeien in een zelf (met hout) gestookte ketel. Het afbroeien werd gedaan om de haren van het varken met een krabber af te kunnen krabben en dan werd begonnen met scheren.



Al drie generaties De Jong doen in Gilze aan woensdag gehaktdag (vervolg)